spacer
< Terug naar overzicht

Kinderfysiotherapie



Iedereen heeft in zijn kinderjaren leren bewegen. Kinderen ontwikkelen s
pelenderwijs hun zintuigen en motoriek. Meestal gaat dat goed en bijna ongemerkt. Bij sommige kinderen duurt dit echter langer of wijkt de ontwikkeling af van wat gebruikelijk is. Dat kan komen door een aandoening aan de zintuigen, organen, het zenuwstelsel of het houdings- en bewegingsapparaat. Hierdoor kunnen kinderen te weinig motorische vaardigheden opdoen. Ze hebben meer oefening nodig om een bepaalde vaardigheid onder de knie te krijgen. Of zij moeten leren met minder mogelijkheden zo optimaal mogelijk verder te leven. Al deze kinderen kunnen baat hebben bij een behandeling door een kinderfysiotherapeut.
De kinderfysiotherapeut is gespecialiseerd op het gebied van bewegend functioneren van kinderen en jeugdigen tussen 0 en 16 jaar. 

Wanneer naar de kinderfysiotherapeut?

Signalen bij baby’s
Bij zuigelingen zijn er signalen die kunnen wijzen op motorische problemen. Voorbeelden zijn: passiviteit, lage spierspanning en weinig kracht, overstrekken, onrust, asymmetrie, moeite met houdingsveranderingen, eenzijdig bewegen. Ook chronische aandoeningen aan de luchtwegen of veel huilen kunnen een aanwijzing zijn dat er iets aan de hand is. In veel gevallen zullen de artsen van het consultatiebureau of de huisarts een rol spelen bij het signaleren van dergelijke problemen. Vaak geldt: hoe eerder het kind behandeld wordt door een kinderfysiotherapeut, hoe geringer de verstoring van de ontwikkeling van het kind is.
Jong aangeleerd
Jonge kinderen die een verkeerde houding of motoriek aanleren, kunnen daar veel last van hebben. Lichamelijk, maar ook sociaal. Doordat ze bijvoorbeeld moeite hebben met spelen op het schoolplein of in de gymles niet mee kunnen komen met leeftijdsgenootjes. Bij elke leeftijd horen bepaalde motorische vaardigheden die je onder de knie moet krijgen. Het is soms gewoon nodig dat je daarbij wat hulp krijgt. Een kind dat ten gevolge van een ziekte of handicap in zijn bewegen beperkt is, kan leren omgaan met zijn beperkte mogelijkheden en leren op een aangepaste manier optimaal te bewegen.
Oudere kinderen
Oudere kinderen kunnen motorisch onhandig zijn of houterig bewegen, vaak hun evenwicht verliezen en veel uit hun handen laten vallen. Ook kan een kind angstig zijn om te bewegen, of een slechte of slappe lichaamshouding hebben. Een kind kan veel moeite hebben met stilzitten, met schrijven of het tempo van de klas bijbenen. Soms maakt een kind veel bijbewegingen of lijkt het achter in zijn motorische ontwikkeling in vergelijking met leeftijdsgenoten. Kortom, bewegingsproblemen kunnen veel invloed hebben op het welbevinden van een kind en het functioneren in een groep.

Wat is een kinderfysiotherapeut?
Na de opleiding tot fysiotherapeut heeft de kinderfysiotherapeut zich gespecialiseerd in het bewegingsapparaat van kinderen in ontwikkeling en hun bewegend functioneren. Deze kennis is opgedaan in een driejarige post-HBO-opleiding (Professional Master). De kinderfysiotherapeut observeert, onderzoekt en behandelt, maar geeft ook voorlichting en advies. Hij of zij werkt altijd volgens een behandelplan; waar nodig in overleg met andere disciplines, zoals de arts, leerkracht, logopedist of ergotherapeut. Behandelingen worden na een evaluatie gerapporteerd aan de verwijzer.

Hoe werkt een kinderfysiotherapeut?
Is het kind doorverwezen naar de kinderfysiotherapeut, dan volgt een intake. Door middel van onderzoek en gestandaardiseerde tests krijgt de kinderfysiotherapeut een volledig beeld van het motorische niveau. De ouders, leerkrachten, huisarts en andere betrokkenen spelen hierbij een belangrijke rol. Zij geven informatie over hoe het kind zich onder verschillende omstandigheden gedraagt. De kinderfysiotherapeut bespreekt de bevindingen en stelt een behandelplan op.

Behandeling
De behandeling is erop gericht de motorische ontwikkelingsmogelijkheden van het kind te vergroten. Het doel is dat het kind beter functioneert in zijn fysieke en sociale omgeving. Functionele aspecten spelen tijdens de behandeling een centrale rol. Het oefenmateriaal is speciaal ontwikkeld voor kinderen en moet het plezier in bewegen vergroten en bepaalde motorische functies aanspreken. Bij zuigelingen bestaat de behandeling voor een groot deel uit hanterings- en speladviezen aan ouders. Ouders kunnen op die manier de behandeling bij de dagelijkse verzorging betrekken. Als dit nodig is, kan de behandeling ook thuis plaatsvinden. Dat geldt vaak voor kinderen van 0 tot 2 jaar of kinderen met een ernstige handicap. De duur van de behandeling is uiteraard afhankelijk van de aard en de omvang van de klacht of de hulpvraag. Soms is alleen een advies al voldoende, bijvoorbeeld een houdings- of sportadvies. Bij chronische klachten duurt de behandeling langere tijd.


Voorbeelden van indicaties bij de baby/peuter:

  • Motorische ontwikkelingsachterstand
  • Voorkeurshouding (met/zonder afplatting van de schedel)
  • Overstrekken
  • Billenschuiven
     

Voorbeelden van indicaties bij het jonge kind:

  • Motorische ontwikkelingsachterstand
  • Afwijkend looppatroon
  • Lage of hoge spierspanning
  • Orthopedische afwijkingen
  • Aangeboren afwijkingen die de motoriek beïnvloeden
  • Ademhalingsproblematiek
  • Jeugdreuma


Voorbeelden van indicaties bij het oudere kind:

  • Motorische ontwikkelingsachterstand
  • DCD, Developmental Coördination Disorder
  • Hersenletsel t.g.v. een ongeluk
  • Sensomotorische problemen
  • Schrijfproblemen
  • Houdingsproblemen
  • Ademhalingsproblematiek
  • ADHD en pervasieve ontwikkelingsstoornissen
  • Jeugdreuma

Nieuws

spacer